U bent hier

Muurschilderingen van Aad de Haas in de St. Cunibertuskerk in Wahlwiller (Li)

St. Cunibertuskerk (M. Lewis)

Met mijn stage bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (januari-april 2015) bracht ik de restauratiegeschiedenis van negen muurschilderingen in kaart:

1) De schilderingen van Aad de Haas in de St. Cunibertuskerk te Wahlwiller (Limburg);
2) Drie schilderingen in de Bergkerk te Deventer;
3) De schildering van Jan Toorop in de St. Bernulphuskerk Oosterbeek;
4) Vier schilderingen in de N.H. Gemeente, Sprang-Capelle;
5) De afgenomen schildering uit de voormalige Galilëerkerk te Leeuwarden (schilder vermoedelijk Adriaan van Cronenburg);

Leren van reeds uitgevoerde restauratieve ingrepen op muurschilderingen was de hoofddoelstelling van het project. Met deze kennis kunnen er bij toekomstige restauraties meer doordachte keuzes gemaakt worden met betrekking op materialen en technieken. Zo kunnen schades veroorzaakt door verkeerde materialen en technieken en/of overschilderingen geminimaliseerd worden. In het kader van samenwerken en toegankelijkheid wordt de komende weken de informatie van het project online gezet. Heeft u aanvullende informatie over een bepaalde muurschildering? Laat mij dit weten! Op die manier worden het levende documenten!

Sint-Cunibertuskerk - Oude Baan 23, Wahlwiller (Limburg)
Slechts een dertig minuten rijden ten oosten van Maastricht ligt het kleine plaatsje Wahlwiller. In het midden van het plaatsje ligt de kleine Sint-Cunibertuskerk, gewijd aan de heilige Cunibertus. Het gebouw heeft een eenbeukig schip uit kalksteen waarvan de oudste delen stammen uit de 12de eeuw. In 1628 is het koor verhoogd in baksteen en werd deze in 1936 nog eens vergroot tot een driebeukig koor en werd het westelijk toegangsportaal gebouwd . Het gebouw is een rijksmonument (nr. 41953).

Tussen 1948 en 1950 heeft de Rotterdamse kunstenaar Aad de Haas (1920 – 1972) het volledige interieur beschilderd in een voor die tijd provocerende stijl en kleurgebruik. Daarnaast schilderde hij zestien kruiswegstaties (in plaats van de gangbare veertien). De zestien kruiswegstaties werden in 1949 na een rel overgebracht naar het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Na de volledige restauratie van de kerk onder leiding van architectenbureau Mertens in de periode 1979-1981 zijn de panelen in bruikleen van het Bonnefantenmuseum teruggeplaatst in de kerk.

Uit een foto gemaakt door architect Mertens blijkt dat er in het priesterkoor op de triomfboog voor 1939 al reeds schilderingen aanwezig waren. Hierover is behalve een foto, verder niets terug te vinden.

Materiële geschiedenis

1948-1950
De schilderingen werden in opdracht van pater Mathot (Gerard) (1911 – 2000) tussen 1948-1950 door de kunstenaar Aad de Haas geschilderd. De schilderingen werd aangebracht op een ondergrond van mergel plus plaatselijk een gedroogde kleilaag, met daarover een bepleistering van kalk en / of gips. De schilderingen werden vervolgens uitgevoerd met Rembrandt olieverf met kleuren als cobaltblauw en citroengeel waarmee de De Haas zijn groenen mengde en daarnaast veel roze en rode tinten. De schilderingen bevinden zich op alle muren en gewelven van het koor, triomfboog, noord- en zuidtransept en het oxaal.

1970 – 1981
In 1970, slechts twintig jaar na het aanbrengen van de schilderingen, worden er reeds restauratieplannen opgesteld voor het aanvragen van subsidie – de schilderingen zien er nog behoorlijk uit en i.v.m. deze rijkdom toch grote haast met besluiten. Het duurt echter tot 1978 tot er een proefreiniging – een - reiniging ten behoeve van oriëntatie met betrekking tot de geplande restauratie - op de koorwand wordt uitgevoerd met trychloorethyleen en een solventenmengsel van alcohol (96%)/ terpentine/aceton (1-10-1/2) (zie foto) , met welk gereedschap dit wordt uitgevoerd wordt niet vermeld. Het duurt echter tot 1978 voordat er met de daadwerkelijke restauratie door restauratieburo Schoonekamp wordt gestart. Deze grote vertraging wordt veroorzaakt door de crisis van de jaren ’70 waardoor er geen geld meer was voor restauratie . De restauratie van de kerk werd onder leiding van ir. P.A.M. Mertens, volgens het voorstel van 6 oktober 1978 in de periode 1979 – 1981 uitgevoerd in twee fasen: Fase I: vochtbestrijding volgens nadere omschrijving Fase II: restauratie van de schilderingen en afwerking van het interieur Na voltooiing van fase I wordt een pauze ingelast waarin wordt onderzocht of de getroffen voorzieningen voor de vochtbestrijding afdoende zijn gebleken . Restauratieburo D. Schoonekamp neemt de restauratie van de muurschilderingen voor zijn rekening. Hij doet dit als volgt:

1. Reinigen
Het reinigen van de schildering geschiedde in drie fasen:

1ste fase: De schilderingen zijn behoedzaam schoongemaakt met een mengsel van alcohol (96%) en terpentijn (15:85) .

2de fase: a) Proefreiniging met bio-tex opgelost in water (5/95) met behulp van een spons in de nis boven het altaar. De proef lijkt op het eerste gezicht het gewenste resultaat te bieden waarna de hele altaar wand met bio-tex en een spons wordt gereinigd. De wand blijkt echter wit uit te slaan. Men vreest voor alkalivorming en besluit van de methode af te zien. b) Op basis van een tweede proefreiniging blijkt een mengsel van Elynol in water (40/60) met behulp van kunststof schuursponzen (!) goede resultaten te bieden. Door goed te schuren met dit middel bleek het vuil verwijderbaar zonder schade te veroorzaken aldus Schoonekamp. Het middel geeft geen alkalivorming en slaat niet wit uit en laat het resterende vuil verdwijnen .

3de fase: Vervolgens wordt er na gereinigd met water.

2. Pleisterwerk
In de viering en transepten zijn de muren vanaf twintig cm. onder de ramen tot aan de vloer van nieuw pleisterwerk voorzien met een mortel op basis van kalk en zand. In het schip zijn de muren van noord en zuid eveneens onder de ramen tot aan de vloer voorzien van nieuw pleisterwerk .

Boven het orgelbalkon van het oksaal aan de schipzijde werd het originele werk gehandhaafd. Bij een eerdere ingreep vermoedelijk tijdens restauratiefase I onder leiding van architektenburo Ir. P.A.M. Mertens BV is vrijwel de gehele voorkant van het oksaal vernieuwd. Onder het oksaal werd met uitsparing van de geschilderde figuren de noord- en zuidmuur opnieuw bepleisterd . Daarnaast werd ook ±10% van het stucwerk van de triomfboog aan de schipzijde opnieuw gepleisterd, de dagkanten van de ramen in het schip plaatselijk vernieuwd en werd er boven het altaar bij de twee linkerfiguren nieuw stucwerk aangebracht. Tot slot werd ook op het schip ter hoogte van het oksaal nieuw pleisterwerk aangebracht.

Door restauratieburo Schoonekamp werd in 1979 nagenoeg alleen plaatselijk nieuw stucwerk uitgevoerd met een mortel van kalk en zand. Deze heeft men een halfjaar laten drogen om alkalivorming en verzeping van de later aan te brengen verflaag te voorkomen. Door restauratieburo Schoonekamp werden enkel loszittende pleisterlagen geconsolideerd met plextol B500 in water (40:60). Het ging hier voornamelijk om het vastzetten van de figuren in het oksaal en boven het altaar. Scheuren in de gewelven van noordtransept, het zuidtransept en het schip werden met schuurgips (Knauff© geelband) hersteld. De zware krimpnaden die aanwezig waren werden gedicht met een kit op acrylbasis (Sikkens).  

3. Restauratie en vernieuwing van het schilderwerk
Bij het retoucheren werd zoveel mogelijk getracht de stijl van de schilder Aad de Haas te benaderen. Het ging hierbij vrijwel in zijn geheel om de muurvlakken en kleinere gedeelten in de gewelven waarop geen figuren aanwezig zijn. Met de kwast werd in gevarieerde kleurnuances tegen de muur ‘gedopt’. Er werd gebruikt gemaakt van verf op acrylbasis (Rowney). Deze verf benadert het meest de olieverf, donkert niet na, zoals olieverf en ‘verzeept’ niet.

Voor het schilderwerk golden drie behandelingen:

1) Eerst werd een ondergrond aangebracht op het nieuwe pleisterwerk in een ‘vuil’ grijze kleur. In het noord- en zuidtransept werd de kleur van de ondergrond vermengd met zilverzand. Het nieuwe pleisterwerk bleek te ‘glad’ opgebracht. Door de ondergrond te vermengen met zilverzand werd gepoogd het oppervlak dezelfde ruwe structuur te geven als het oude pleisterwerk.

2) Op plaatsen waar nieuw pleisterwerk was aangebracht werd ook het schilderwerk vernieuwd;

In het restauratieverslag van Dirk Schoonekamp uit 1981 lezen we onder meer:

‘Ongeveer veertig procent van de ribben werden vernieuwd; ongeveer dertig procent van de dagkanten van de ramen in het schip werd aangevuld; de kleine ramen in Noord- en Zuidtransept werden met behoud van nog aanwezige kleurresten vernieuwd; onder het oksaal werd het plafond geschilderd en werden de muren voor tachtig procent vernieuwd’.

‘De figuren links boven het hoofdaltaar op de muur bij het gewelf werden voor twintig procent gereconstrueerd; aan de voorzijde van het oksaal en onder in het oksaal werden door De Haas jr. ranken en druiventrossen geschilderd in de stijl van A. de Haas.’ Daarnaast staat in het restauratierapport te lezen dat rechts en links boven de zijdoorgangen aan de voorkant van het oksaal twee nieuwe figuren met muziekinstrumenten zijn aangebracht. De twee onderste figuren op de binnenkant van de triomfboog stonden hiervoor model. Tot deze reconstructie werd besloten, omdat de vernieuwde voorzijde zonder voorstellingen te zeer zou disharmoniëren; de voeten van de onderste figuur aan de noordzijde werden gereconstrueerd. Tot slot zijn er op de paneeltjes links en rechts van het bedieningsaltaar twee banderollen van stevig voor geschilderd papier in acrylverf met tekst geschilderd en op de muur verlijmd.

3) Aanbrengen van een slotvernis Tot slot werd er een vernis op acrylbasis (Plexisol®) opgelost in terpentine (25:75) aangebracht .

2007 – 2008
In 2007 – 2008 werden de schilderingen van Aad de Haas deels gerestaureerd door Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL). Daarbij werd het voorportaal gereinigd met een vochtige microvezeldoek en wattenstaafjes. De sterk bladderende voorstellingen in deze ruimte werden geconsolideerd met Plextol©B500 en geretoucheerd met acrylverf van Golden©. Beschadigingen en eerdere restauraties aan de onderzijde van de wanden in het schip en transept werden bij-geretoucheerd. De afwerking op de ribben van het priesterkoor werden geconsolideerd en geretoucheerd met behulp van een hoogwerker. De laatste klus bleek omvangrijker omdat pas na aanschouwing van de afwerking van dichtbij was dat de verf op bijzonder veel plaatsen los zat. De geplande inspectie van de schilderingen op de gewelfvelden en ribben in het koor kon daarom tijdens deze restauratiecampagne slechts vluchtig plaatsvinden .  

2013 - 2015
In 2015 zijn de schilderingen opnieuw aan restauratie toe. Angelique Friedrichs voert namens het Stichting Restauratie Atelier Limburg in 2013 een onderzoek naar de staat en de restauratiegeschiedenis van de muur- en gewelfschilderingen. Op 22 januari 2013 werden de schilderingen naar aanleiding van de waarnemingen in het koor tijdens de restauratie van 2007/8 opnieuw bekeken en bleken in een algemeen goede conditie. Het percentage loszittende verf bleek beperkt. Deze goede staat is te danken aan de zestien kruiswegstaties, tevens van Aad de Haas, aanwezig in de St. Cunibertuskerk. De eigenaar van de kruiswegstaties, het Bonnefantenmuseum te Maastricht, gaf de staties in bruikleen op voorwaarde dat ze in de juiste klimatologische omstandigheden tentoongesteld zouden worden (19°C en 55% RV) . Voor de uitvoering werd gekozen voor een behoudende restauratie, dit wil zeggen dat er zo min mogelijk handelingen worden verricht en een meer conserverende (behoudende) dan restauratieve behandeling wordt uitgevoerd. Het betreft de volgende ingrepen:

1. Reinigen
De schilderingen waren bedekt met onregelmatig verdeelde vuillagen. Op de muren en het gewelfveld zijn reinigingstesten uitgevoerd met zuiver water en triammoniumcitraat. Uit de testen kwam naar voren dat er behoorlijk veel oppervlaktevuil aanwezig was welke door middel van reinigen niet volledig kon worden weggenomen. Het vuil gaat mogelijk ook deels schuil onder een vernislaag die tijdens de restauratie in 1980 is aangebracht. Voor het verwijderen van het vuil werden er 22 januari 2013 testen uitgevoerd met ethanol voor het verwijderen van de vernislaag. Deze was relatief makkelijk op te lossen doch omdat men in overweging nam dat er onder de vernislaag ook bijgeschilderd kon zijn werd hiervan af gezien. Immers zouden de onderliggende bijgeschilderde delen dan ook verloren gaan. De uiteindelijke reiniging vond plaats met zuiver water en waar nodig met triammoniumcitraat . Een exacte beschrijving kan hier nog niet over worden gegeven gezien de restauratie op moment van schrijven nog in volle gang is.

2. Consolideren
In het noordelijk transept waren op vier locaties behoorlijk grote verfschollen losgekomen, deze waren niet makkelijk te consolideren. Voor het consolideren werd er gewerkt met kalkcoulis en waar dit geen resultaat bood met Plextol©B500 . Of dit uiteindelijk goede resultaten heeft geboden zal in afwachting van het restauratierapport bekend worden.

3. Opvullen
Lacunes in de schilderingen worden opgevuld met een mortel van kalk en zand.

4. Retoucheren
Waar de vervuiling nog stoorde zou er geretoucheerd worden met Talens acrylverf.

Reacties