U bent hier

Eeuwenoude muurschilderingen in Sprang-Capelle (Noord-Brabant)

Locatie Sprang-Capelle in Nederland

Vier schilderingen in de N.H. Gemeente, Sprang-Capelle;

Inleiding
Muurschilderingen restaureren vraagt expertise en kennis van (oude) materialen en technieken. Het is van belang er bij stil te staan dat de meeste muurschilderingen (en erfgoed in het algemeen) vaak al eens of zelfs meedere malen zijn gerestaureerd. De hierbij in het verleden toegepaste materialen en technieken zijn bepalend voor een volgende behandeling. Om deze reden is het belangrijk, voordat er aan de restauratie begonnen wordt, archief- en bronnen onderzoek te doen naar de betreffende muurschildering(en). Een dergelijk (voor)onderzoek (en het vastleggen hiervan) is tijdrovend en kostbaar en kan door de opdrachtgever nog wel eens als overbodig worden beschouwd. Door het gebruik van verkeerde materialen kunnen deze prachtige historische juweeltjes onherstelbaar beschadigd raken. 

Om restaurateurs van muurschilderingen een duwtje in de rug te geven heb ik mij gedurende mijn stage bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bezig toegelegd op het in kaart brengen van de restauratiegeschiedenis van de volgende negen muurschilderingen:

1) De schilderingen van Aad de Haas in de St. Cunibertuskerk te Wahlwiller (Limburg);
2) Drie schilderingen in de Bergkerk te Deventer;
3) De schildering van Jan Toorop in de St. Bernulphuskerk Oosterbeek;
4) Vier schilderingen in de N.H. Gemeente, Sprang-Capelle;
5) De afgenomen schildering uit de voormalige Galilëerkerk te Leeuwarden (schilder vermoedelijk Adriaan van Cronenburg);

Het onderzoek maakte deel uit van het project Leren van reeds uitgevoerde restauratieve ingrepen op muurschilderingen. Door de in het verleden toegepaste materialen en technieken te kennen kunnen er bij toekomstige restauraties meer doordachte keuzes worden gemaakt. Minimaliseren van schade is hierbij het uitgangspunt. In het kader van samenwerken en toegankelijkheid wordt de komende weken de informatie van het project online gezet. Heeft u aanvullende informatie over een bepaalde muurschildering? Laat mij dit weten! Op die manier worden het levende documenten

Ontstaan van de Nederlands Hervormde Kerk (Kerkstraat 34)
In de Noord-Brabantse gemeente Sprang-Capelle staat de laatgotische Nederlands Hervormde kerk. Het gebouw is in verschillende bouwfasen opgetrokken. Het betreft een kerk met een driebeukig schip waarvan het koor het oudste is en dateert uit 1400. Het zuidtransept werd gebouwd in het begin van de 15de eeuw. Op de pijlers van de middenbeuk zijn zes muurschilderingen van apostelfiguren en evangelisten aangebracht. Op het zuidoostelijke wandvlak van het zuidtransept vinden we een schildering van de Man van Smarten beter bekend als de “Arma Christi” omringd door lijdenswerktuigen. Bovengenoemde schilderingen werden rond 1450 uitgevoerd door een anonieme schilder. Rond 1610 werden de schilderingen naar aanleiding van de beeldenstorm overkalkt. Achter het orgel, tegen de oostelijke muur van de toren, bevindt zich een muurschildering van na de reformatie. Bovenaan staat ANNO 1621. In gotische zwarte letters, minuskels, zijn daaronder citaten uit een drietal psalmen weergegeven. De kerk is opgenomen in het monumentenregister van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (nr. 34133). De eerste restauratie van het ex- en interieur vond plaats tussen 1952 – 1956. Het is in deze periode dat de schilderingen op de pijlers en de Man van Smarten worden ontdekt onder de kalkwitsellagen en behandeld worden door Gerhard Jansen en later door F.A.J. Smoorenburg4. In 1997 vond restaureerde restauratiebureau Schoonenkamp Man van Smarten in het zuidtransept. John G. Post restaureerde de muurschilderingen op de pijlers in de middenbeuk in 2000.

Op 20 augustus 2002 woedde er brand in de kerk, met als gevolg schade aan het gewelf, de muren en de muurschilderingen. Naar aanleiding van de brand voerde John. G. Post fixaties uit aan de Man van Smarten. Bij Cultureel Erfgoed Noord-Brabant wordt op 21 oktober 2014 een subsidieaanvraag gedaan voor de restauratie van de Man van Smarten. Restaurator en onderzoekster Karin Keutgens deed onderzoek naar de schilderingen en haar geschiedenis en stelde een hiervoor een restauratievoorstel op. De restauratie zou medio 2015 van start moeten gaan en medio 2016 moeten zijn voltooid. De schilderingen zijn opgenomen in de inventarislijst van de stichting kerkelijk kunstbezit Nederland.

(1) Man van Smarten (Arma Christi)

1450
Midden 15de eeuw zijn de zes schilderingen op de pijlers en de Christus met de arma Christi aangebracht door een anonieme schilder. De drager van de Christus en de Arma Christi bestaat uit bakstenen van 20 - 22cm lang; 9,5 – 10cm breed; 4,5cm hoog (het Waalformaat) waarop een traditionele kalk-zandmortel is aangebracht, de kalk is mogelijk schelpkalk. Hierover bracht men een dunnere (5 à 6mm) éénlagige pleisterlaag aan. De kalk-zandmortel is bovenaan grijs en onderaan eerder geel van kleur. De mortel bevat kalknodulen (bolletjes kalk die niet goed zijn vermengd met de mortel) en (koolstof)-insluitsels. De bepleistering bevat zichtbare striaties, dit komt omdat ze is uitgestreken met een slechtkwast. Om de zuiging van de ondergrond op te heffen werd er een witte kalkverf als preparatielaag (onderschildering) aangebracht. Deze laag vormt de basis voor de schildering en heeft een vettig karakter. Deze verflaag werd vermoedelijk op de gehele muur aangebracht, ze komt onder alle kleurpartijen voor. De verflaag van de kleurpartijen is dun en varieert van eerder transparant naar opaak in kleuren als gele en rode oker, bruin, zwart, grijs en groen. Hier en daar komen kleine verfspatjes voor. Uit die verfspatjes kan afgeleid worden dat het om een dunne, vrij uitlopende of goed uitvloeiende verf gaat. Het bindmiddel werd niet geanalyseerd. De muurschildering is ongeveer 2,20m hoog en 1,75m breed. In 1610 zijn de schilderingen naar aanleiding van de beeldenstorm onder een kalklaag terecht gekomen omdat zij niet pasten in de protestantse leer. Door deze kalklaag zijn de schilderingen zeer goed geconserveerd gebleven. Links van de schildering bevind zich een blinde nis waarvan de precieze ontstaansdatum niet bekend is. Zij werd met grote zekerheid aangebracht na de reformatie.

1952-1956
Architect Van Bilderbeek stelt in april 1945 voor ‘alle wanden en kolomschachten van de witkalk- en pleisterlagen te ontdoen en opnieuw te bepleisteren in kalkmortel van schelpkalk en bruin bergzand’. Op 8 juli 1955 blijken muurschilderingen te zijn aangetroffen. Gerhard Jansen restaureert de schilderingen en declareert f 1.006,15. Het gaat om zes schilderingen op de kolommen en vooral om de schildering van de ‘Arma Christi’ op de zuidoost wand van het zuidtransept. Deze laatste schildering is 2,25m hoog en 1,59m breed en behoort tot de meest interessante en aantrekkelijke van ons land, aldus Kurvers. De schildering zou in 1953, ’54 en ’55 door de RDMZ gefotografeerd zijn. De foto uit 1955 is terug te vinden in dit hoofdstuk.
De schildering van de ‘Arma Christi’ bevind zich op 90cm vanaf het vloerniveau op aanraakhoogte. Links is een deel van de schildering verloren gegaan door de zich aldaar bevindende, later gemaakte ondiepe nis. De RDMZ heeft destijds vurig gepleit voor het behoud van de afbeeldingen. De toenmalige kerkenraad heeft daar na indringende discussie uiteindelijk toch mee ingestemd. De schildering werd vrijgelegd door kunstschilder en restaurator Gerhard Jansen. Hij voerde dit uit met een bikhamer waarvan de sporen zich in horizontale korte streepjes op de schildering uiten. Gerhard Jansen zou ook nog restauratie-werken uitgevoerd hebben. Aansluitend (Gerhard Jansen zou inmiddels overleden zijn) werden ook door F.A.J. Smoorenburg restauratie-ingrepen uitgevoerd. Het is onduidelijk welke ingrepen precies uitgevoerd zijn, en van welke materialen en producten daarvoor zijn gebruikt. Op het niveau van de bepleistering werd er wellicht geïnjecteerd en er werden opvullingen aangebracht. De verf werd gefixeerd en er werden heel wat zones geretoucheerd. 

1985 – 1988: Vooronderzoek
Het is universitair docent P.M. Le Blanc die in augustus 1985 de schilderingen weer onder de aandacht brengt. 15 oktober 1986 en op 26 mei 1988 werden er onderzoeken uitgevoerd naar temperatuur en relatieve luchtvochtigheid (RV) met betrekking tot de degradatieverschijnselen van de muurschilderingen. De beide onderzoeken werden met elkaar vergeleken. Uit de onderzoeken kwam naar voren dat er in de kerk niet regelmatig geventileerd kan worden en dat uitgerekent bij de schildering van de Man van Smarten jarenlange lekkage heeft plaatsgevonden. Onderaan de schildering bevinden zich verwarmingsroosters waardoor de muurschildering blootgesteld werd aan sterke fluctuaties in temperatuur en RV.

Het zijn vermoedelijk deze omstandigheden die een slecht effect hebben gehad op de muurschilderingen en vooral op de muurschildering van Christus en de Arma Christi. Op de schildering is sprake van opvallende afbladdering van pleister- en verfmateriaal op de door Gerhard Jansen en Smoorenburgs gerestaureerde stukken, de originele materie blijkt nog in relatief goede staat te zijn. Het is de best behouden schildering van ons land besluit Kurvers. Naar zijn oordeel is de schildering ook een van de belangrijkste, niet alleen door haar goede materiaaltechnische conditie maar ook op artistiek, decoratief en iconografisch vlak. De schilderingen op de pijlers zijn duidelijk minder spectaculair.

Er wordt door Huub Kurvers geadviseerd de verwarmingsroosters af te sluiten en de begroeiing aan de buitenzijde van de muur te verwijderen. Het is nodig de schildering minstens tot 1,80m hoogte, te beschermen door een los –op afstand gemonteerde- voorgezette glazen plaat of een soort balustrade in de vorm van een stang als preventieve maatregel om te voorkomen dat kerkbezoekers niet tegen de schildering kunnen stoten. Naast deze secundaire maatregelen moet de schildering gerestaureerd en geconserveerd worden middels de volgende behandelingen: wegnemen van ‘ondeugdelijke’ vullingen; ‘harden’ van ontstane gaten; fixeren van nieuwere gaten en beschadigingen; pleisteren van gaten en retoucheren in tratteggio-techniek. 

Tot slot wordt er een begroting en planning opgemaakt voor de uitvoering van de restauratie. Deze wordt echter pas in 1997 door restauratiebureau D. Schoonekamp uitgevoerd. De adviezen worden slechts deels opgevolgd.

1997
De secco-schildering wordt door de RDMZ gekenmerkt als één van de belangrijkste, mooiste en best behouden muurschilderingen van Nederland. Sinds 1989 trad de schildering van de Man van Smarten terug in de actualiteit. Restauratiebureau D. Schoonekamp voerde van september tot december 1997 de conservering en restauratie uit. Voornamelijk door de inwerking van vocht vertoonde de schildering opvallende afbladdering van pleister en verfmateriaal. Besloten wordt eerst de vochtproblemen in de kerk aan te pakken. Om deze reden werd eerst het kerkgebouw in de jaren 1992-1993 met succes gerestaureerd. Afnemen van de schildering en haar terugplaatsen op een nieuwe kunststof drager was in eerste instantie het plan van Schoonekamp om zodanig de invloed van vocht en zouten op de schildering te voorkomen. Na de restauratie van het gebouw bleven de muren droog en besloot Schoonekamp van afname af te zien en de restauratie ter plekke uit te voeren. 

De restauratie hield de volgende handelingen in: er werden miniscuul kleine gaatjes geboord in het stucwerk waardoor water en alcohol geleid werd. Door deze gaatjes is lijm geïnjecteerd om de stuclaag op de muur te consolideren. Daarna worden ondeugdelijke vullingen verwijderd, evenals als losse stukken als ze niet hergebruikt kunnen worden. De onstane gaten worden opgevuld. Tijdens het onderzoek in situ door Keutgens en Delmotte in 2014 werd vastgesteld dat voordat de vulling aangebracht werd, de randen werden ingestreken met een lijm. Uitgaande van de analyseresultaten zou dit een dierlijke lijm kunnen zijn maar ook Paraloïd®B72 is een mogelijkheid. Retouches zijn uitgevoerd met de tratteggio-techniek waarvoor ei-tempera werd toegepast. Naast de tratteggio werden ook arceringen (korte schuine streepjes) toegepast. Tot slot werd er een fixatief aangebracht vermoedelijk gaat het hier om Paraloïd. Er werd voorlopig geen document teruggevonden dat concreet de door Schoonekamp uitgevoerde ingrepen en gebruikte producten documenteert. Schoonekamp wordt fl 24.798,38 gulden betaald voor de restauratie van de ‘grote schildering’. De restauratie vond vanwege ambtelijke bewegingen eerst in 1997 plaats. Helaas kon de heer Schoonekamp door een ongeval in een andere kerk de restauratie van de secco’s op de pilaren niet meer uitvoeren. Hiervoor is toen restaurator John G. Post uit Breda ingeschakeld die het werk in 2000 heeft uitgevoerd (zie materiële geschiedenis van de zes pijlerschilderingen).

2002
In 2002 nog werden door John G. Post, n.a.v. de brandschade ontstaan op 20 augustus 2002, fixaties uitgevoerd aan de muurschildering “Man van Smarten”. In 2011 schijft hij een brief aan de kerkraad dat de degradatie van de muurschildering, ondanks de fixaties van Schoonekamp en hemzelf, blijft doorgaan. ‘De stuc-huid verliest op meerdere plaatsen zijn cohesie en verpulvert...’. Aan zijn brief voegt hij een restauratievoorstel en begroting toe. Hierin worden als materialen vermeld: Jahn M10 twee componenten injectielijm voor fijne scheuren; Jahn Multilijm, voor vullen van holtes en scheuren; Jahn M120 spatelmassa, voor vullen van gaten en scheuren (lacunes), Paraloïd B72, 15% in ethylacetaat (voor fixaties), Tylose MH300  P2, 5% in gedemineraliseerd water (voor fixaties), Winsor & Newton Gouache verf (voor retouches). Hij schrijft deze materialen voor opdat ze de beste resultaten zullen garanderen omdat ze het best aansluiten vij de gebruikte materialen uit 1999 en 2000. Dit geeft echter geen uitsluitsel dat deze producten ook eerder door Post en/of Schoonekamp op de betreffende schildering van de Man van Smarten werd gebruikt. Aangezien hij echter wel stelt ook de “Man van Smarten” gefixeert te hebben, kunnen we ervan uitgaan dat Paraloïd B72 als fixatief gebruikt werd. Indien hij ook opgevuld en geinjecteerd heeft, dan gebeurde dit wellicht met Jahn-producten. De door Post voorgeschreven restauratiematerialen komen in grote lijnen overeen met de materialen die hij gebruikt heeft voor de restauratie van de pijler-schilderingen in 2000. Het restauratievoorstel van Post uit 2011 werd niet uitgevoerd. Ook na beperkte prijsopgave, waarin enkel de “Man van Smarten” opgnomen is, wordt geen opdracht verleend.

2004
In 2004 is de kerk, door TNO, onderzocht op vocht en zouten. Voor dit onderzoek werden op drie locaties boormeel monsters genomen.
Locatie 1: oostwand zuidtransept  |  "nieuwe" restauratiemortel
Locatie 2: oostwand, noordtransept | “oude” mortel uit  1955
Locatie 3: westwand zuidtransept  |  vermoedelijk oude mortel

Op locatie 3 werden boorstalen genomen op twee dieptes en op twee plaatsen, respectievelijk waar de mortel wel en niet verkleurd bleek. De monsters blijken vrijwel geen vocht en zouten te bevatten. Het aanwezige vocht in de muur blijkt vooral hygroscopisch gebonden vocht te zijn, en van een externe vochtbron, van opstijgend vocht is geen sprake.

In de zone met de “oude” mortel is het hygroscopisch gebonden vochtgehalte in de mortel iets hoger. Dit wordt gerelateerd aan een iets hoger zoutgehalte in de mortel. Teruggevonden elementen in de mortels zijn Ca (calcium) en Si (silicium) (afkomstig van kalk en zand) en hier en daar ook S (zwavel) (wellicht afkomstig van gipsvorming t.g.v. zoutvorming of conversie). De gipsvorming zou verantwoordelijk zijn voor de verkleuring van de mortel. Het aantal metingen is niet echt representatief voor de volledige vochthuishouding in de muren van het transept, en gegevens over de onmiddelijke omgeving van de muurschildering ontbreken . Identificatie van eventueel aanwezige zouten werd niet uitgevoerd. De gegeven resultaten zijn wel niet alarmerend. Volgens hetgeen we hebben vernomen, werd het aanbrengen van een hydrofuge op de buitenmuren, waarvan eerder wel sprake zou geweest zijn niet uitgevoerd.

2014; vooronderzoek
21 oktober 2014 werd er een subsidieaanvraag gedaan van € 32.137,60 Euro bij de provincie Noord-Brabant voor de restauratie van de schildering met de Man van Smarten in het zuidtransept. Februari 2014 voerden Karin Keutgens en Bernard Delmotte een gedetailleerd vooronderzoek uit naar de schildering en haar materiële geschiedenis zowel visueel als natuurwetenschappelijk. Op basis van de resultaten van dit onderzoek werd een restauratie-advies opgesteld. Er wordt verwacht medio 2015 te starten met de werken dewelke midden 2016 zouden moeten voltooid worden. De schildering bevindt zich in relatief goede staat, dit komt door de stabiele klimatologische omstandigheden die in de kerk aanwezig zijn, de temperatuur is altijd 15°C. Bij bruiloften wordt de kerk opgewarmd tot 18-19°C.

Karin Keutgens en Bernard Delmotte voerde in februari 2014 een onderzoek uit naar de problematiek van het afschilferen van de picturale laag. Dit onderzoeksrapport is in bezit van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Door middel van verschillende soorten testen (UV, boorstalen, monstername) en onderzoek naar de materiële geschiedenis konden er verscheidene mogelijke oorzaken voor de typische afschilfering benoemd worden. Met ultraviolet licht werden op een aantal plaatsen lijmresten duidelijk zichtbaar.

UV-onderzoek
De aard van een vroeger gebruikt consolidant/fixatief en de wijze van aanbrengen kunnen leiden tot latere afschilfering. Middels visueel onderzoek was niet af te leiden of op plaatsen waar afschilfering voorkomt, al dan niet eerder gefixeerd en/of geconsolideerd werd. Met ultraviolet licht werden er op een aantal plaatsen duidelijk lijmresten zichtbaar.  Deze konden niet direct gelinkd worden aan de zones met de afschilfering.

Monstername voor de bepaling van de samenstelling van de mortel om te achterhalen of dit de oorzaak was van de  vochtproblemen door niet compatibele vochttransporten. (Dit komt door verschillen in poriengrootte en porienstructuur. Deze moet zoveel mogelijk het origineel benaderen.

(2) De zes pijlerschilderingen

1450
De middenbeuk van de kerk heeft aan weerszijden twaalf pijlers. Zes ronde pijlers aan de kant van de torens en zes achthoekige aan de kant van het koor. Op vier van de pijlers werden door bouwvakkers zes schilderingen van apostels, heiligen en evangelisten aangetroffen in dezelfde kleurstellingen (gele en rode oker, zwart, grijs, bruin en groen) als de schildering in het zuidtransept. Net als de Man van Smarten werden deze schilderingen midden 15de eeuw aangebracht door een anonieme schilder. Er kan verondersteld worden dat er op de overige acht pijlers ook schilderingen hebben gezeten die verloren gingen bij de ontpleistering van de kerk in de jaren ’50. Het is zeer aannemelijk dat de overige pijlers in de kerk ook met schilderingen versierd zijn geweest, zoals in de middeleeuwen wel vaker voorkomt. Petrus en Johannes op de noordelijke en zuidelijke pijlers zijn afgebeeld alsof zij op een console staan. Alle schilderingen bevinden zich minstens op ±1,60m vanaf het vloerniveau. De hoogte van deze pijlerschilderingen variëert van ±1,10m – 1,85m.

2000
In februari en maart van het jaar 2000 restaureerde schilderijenrestaurator John G. Post de zes pijlerschilderingen. Post stelde hiervan een restauratierapport op. Hierin staat beschreven dat hij de pijlerschilderingen eerst heeft gereinigd. Dit hield in dat restanten van kalkwitsellagen, stopsels en loszittende bepleistering (van vorige restauraties) werden verwijderd. Daarnaast werden materialen die niet eigen zijn aan de originele materie als weggewerkte ijzerrestanten en pluggen weggenomen. Vervolgens consolideerde hij “op grote schaal” loszittende pleisterlagen door deze te injecteren middels boorgaatjes (cyclododecaan en Jahn M10 of twee componenten injectielijm voor scheuren, Ledan DI injectiemortel voor grote holten). Lacunes en grote scheuren werden opgevuld met Jahn M120 spatelmassa). Om de verflaag te verstevigen werd een fixatief aangebracht (20% Paraloïd). Tot slot werden retouches uitgevoerd met Winsor & Newton gouache verf. Post ontvangt op 3 april 2000 fl 57.845,25 gulden voor zijn werkzaamheden aan de zes pijlerschilderingen.

(3) Materële geschiedenis van de drie Psalmen


1621
Tenslotte bevindt zich op de torenmuur achter het orgel nog een schildering van na de reformatie uit 1621. Hierop zijn in minuskels (gotische letters) enkele citaten uit een drietal psalmen weergegeven. Over het ontstaan en de functie van deze schildering zijn geen gegevens gevonden. In 1621 was er nog geen orgel, zodat de schildering vanuit de kerkzaal goed te zien was, terwijl ze tegenwoordig door het orgel nagenoeg geheel aan het oog ontrokken wordt. Zij werd na overgang van de Rooms-Katholieke naar Protestantse kerk aangebracht zodat zij niet onder de kalklagen verborgen hoefde te worden.

1956
Tijdens de eerste restauratie werd de secco muurschildering gerestaureerd door gemeentelid Rien Hulst. Welke ingrepen dit inhouden is niet bekend. Vanwegen haar goede staat werd zij in de negentiger jaren niet opgenomen in de plannen voor de tweede restauratie in 1997-2000.


Conclusie van het stage onderzoek door Myriam Lewis

Tegenwoordig is het in de wereld van het cultureel erfgoed algemeen bekend dat het doen van een degelijk kunsthistorisch en materiaaltechnisch vooronderzoek van groot belang kan zijn in het maken van keuzes bij restauratiebehandelingen. Het vastleggen en documenteren van deze informatie is tevens van grote betekenis. Hoewel er tegenwoordig veel meer materiaaltechnische en kunsthistorische kennis voorhanden is dan vroeger is het toch nog niet vanzelfsprekend. Geld is hier vaak de grootste aanleiding toe. Onderzoek doen kost tijd en geld en om meer winst te maken worden de kosten gemoeid aan onderzoeken gedrukt.

Hoewel er gedurende het onderzoek behoorlijk wat lacunes aan informatie in de archieven naar voren zijn gekomen kunnen we ons toch een goed beeld schetsen van wanneer en hoe de verschillende restauratiecampagnes zijn doorlopen. Wanneer deze informatie door de betrokkenen toegepast zou worden zou dit zeker ondoordachte restauraties moeten minimaliseren en de kosten die hiermee gemoeid gaan moeten verminderen. In de bijgevoegde tabellen kan in een oogopslag worden gezien welke materialen in welk jaar zijn toegepast en door wie. Hoe meer de verschillende onderzoeken richting de 2015 gaan hoe beter de documentatie, logischerwijs beschreven is. Helaas zien we ook hier lacunes. Zo zijn er van geen enkele schildering schadebeelden gevonden, wel worden af en toe de schades middels verschillende foto’s aangeduid. Verder zijn er veel gaten in de toegepaste producten en materialen. Doordat begin 20ste eeuw de ingrepen niet altijd volledig of niet zijn gedocumenteerd kan het nodig zijn extra (natuur)wetenschappelijk onderzoek te verrichten.

Het vinden van een tendens in de toegepaste materialen en technieken is bij het onderzoek van slechts negen schilderingen nog vrij lastig. Dit komt enerzijds omdat de onderzochte schilderingen uit verschillenden tijdsperiodes komen. Zo zijn de schilderingen van Jan Toorop in Oosterbeek en de schilderingen van Aad de Haas van begin 20ste eeuw en dus nog vrij jong en zijn daarnaast nooit overschilderd geweest. Dit brengt een hele andere benadering van behandelingen met zich mee. Om een tendens te vinden moeten er dus meerdere schilderingen onderzocht worden. De vraagstellingen zijn dientengevolge slechts deels beantwoord.


Dit onderzoek was slechts de initiatie voor een groter project wat later dit jaar (september 2015) opgestart zal worden.

Reacties